18
Mar

Waarom de keuze van een CMS niet belangrijk is

Als er één ding is dat ik in de afgelopen twaalf jaar nog meer heb gezien dan CMS implementatie projecten, dan zijn het offerteaanvragen voor CMS implementatie projecten. Hoewel steeds meer klanten in het segment waar wij actief zijn de zaken flink door denken voor ze een offerteaanvraag uitsturen (te merken aan het aantal pagina’s waaruit die RFP dan bestaat), of zich grondig laten adviseren door een externe specialist; komen de meeste offerteaanvragen nog steeds neer op gigantische checklists: ondersteunt uw CMS dit, ondersteunt het dat, … Het resultaat is dan ook een gigantische offerte – uit beleefdheid maak ik mijn offertes dubbel zo dik als de RFP waarop ze moeten antwoorden – die tientallen standaard functionaliteiten van het naar voor geschoven CMS toelicht.

Onlangs las ik echter in een offerteaanvraag de volgens mij enige echt relevante vraag: “Hebt u andere klanten zoals ons?”

Naar mate de CMS markt volwassen wordt, worden de top-players zichtbaar. Haast niemand die het ernstig meent met zijn CMS-project, kiest nog voor een “huis gemaakt” CMS van een of ander lokaal clubje. Iedereen lijkt een geïnformeerde keuze te maken tussen de bekende open source producten, en de commerciële spelers. Uiteraard wil je een tool kiezen dat een gegarandeerde toekomst heeft (“toekomst” definiëren we op het internet als “5 jaar”), maar een half uurtje research online levert al snel een lijstje van mogelijke kandidaten op.

Allemaal hetzelfde

In essentie doen alle CMS producten immers zo goed als hetzelfde: content opslaan met meta-data, bij voorkeur via een niet te complexe interface; en via een of ander mechanisme die content opnieuw ontsluiten als een website of andere digitale structuur. Wat daarvoor de ideale structuur is, hangt meer af van het type site dat je aan het bouwen bent, dan van de kwaliteit van het gekozen product. De “sleutel” van een goed CMS project zit dan ook in de mate waarin de standaard functionaliteit en werking van het gekozen product, kunnen worden afgestemd op de werkwijze van de gebruiker en het type digitale publicatie dat die wil produceren. Kort benoemd als: “de implementatie”.

De keuzes, groot en klein, die tijdens de implementatie van een CMS moeten worden gemaakt zijn niet eenvoudig. Ze moeten immers een middenweg vinden tussen de processen van de klant (“zo hebben we altijd gewerkt”) en de standaard functionaliteit van het CMS (“don’t hack a winning feature”). Ik heb projecten gezien die in beide richtingen de mist in zijn gegaan: ge-over-engineerde maatwerk modules voor totaal irrelevante functies van de site; tot ongebruiksvriendelijke oplossingen waarbij de klant de moed in de schoenen zinkt zodra hij meer dan drie letters op de eigen site wil aanpassen.

De mate waarin de implementator – zijnde het bedrijf dat het CMS voor je project installeert en configureert, maar meer concreet ook de functioneel analist en developers die het werk uitvoeren – ervaring heeft met de specifieke context van je website (je sector, je manier van werken, de doelstellingen van de website) hoe beter de implementatie zal zijn.

Voorbeeld

De functionaliteit voor het beheer van de homepage van de website vormt vaak een zeer goed voorbeeld hiervan. Elke site heeft immers zien eigen logica voor de opbouw van de homepage, en weinig CMS’en hebben een “out of thé box” homepage template die naam waardig.

Nemen we de homepage van de corporate website van Danone als eerste voorbeeld. Een en ander heeft hier uiteraard een sterk grafisch karakter. En het toevoegen of aanpassen van content blokjes op deze homepage is steeds gelinkt aan een nieuwe, onderliggende campagne die zonder uitzondering door een extern communicatie-bureau wordt uitgewerkt. Na enkele maanden in gebruik, blijkt dat het beheer van de content op de homepage van Danone.be het beste … in statische HTML gebeurt. Op termijn kan waarschijnlijk een Multivariate Testing tool voor het testen en vergelijken van verschillende versies van de homepage, van veel meer betekenis zijn voor de homepage van Danone.be dan een CMS.

Een voorbeeld van heel andere aard is de website Brussel Nieuws, online nieuwsmedium gelinkt aan de weekkrant Brussel Deze Week. Ander type site, andere regels voor het beheer van de homepage. Met een dagelijkse vloed van tientallen nieuwe artikels, is de nood om vlot items op de homepage te “featuren” natuurlijk zeer groot. Anderzijds is enige redactionele sturing van de selectie van artikels voor de homepage nodig. Misschien dringt een maatwerk “eind-redactie interface” zich hier ooit wel op.

Van content weergave naar content “flows”

In geen van beide projecten konden statische wireframes, grafische designs of dikke analyses van de front-end functionaliteit de implementator iets vertellen over het verschil in proces voor publicatie van content op de homepage; en dus de impact ervan op de manier waarop het homepage-beheer in het CMS moest worden opgebouwd.

Digitale content is immers geen statisch gegeven. Digitale content “stroomt” doorheen de structuur van de site. Komt binnen – via manuele input of een feed – heeft revisies, wordt gecrosslinkt, hernomen, gepromoot naar de homepage, en dan weer naar het archief verwezen. Steeds vaker “stoomt” die content ook opnieuw naar buiten, naar een sociaal netwerk of een mobiel kanaal. Alleen ervaring met gelijkaardige projecten (remember “Hebt u andere klanten zoals ons?”) helpt een content developer de juiste implementatie keuzes te maken.

Een extreem voorbeeld kwam ik enkele jaren geleden tegen bij de wedergeboorte van de Telenet Breedband portal als Zita.be. Met de online redactie van Telenet werken, leerde mij dat het traditionele CMS, toen EZ Publish, geen enkele rol van betekenis speelde. Er werd immers nauwelijks “eigen” content gepubliceerd. De online redactie deed “curation” avant la lettre op de tientallen content feeds die van partners binnen kwamen. Wanneer er toch eigen pagina’s werden gemaakt, ging het vaak om zulke speciale gevallen (een wedstrijd, een embed van een externe dienst, een campagne) dat een maatwerk HTML-template noodzakelijk was. Bij de rebranding naar Zita.be ontwierpen we dan ook een maatwerk (ausch) “content aggregation framework” met de focus om import, categoristaie, en curation van content feeds. Dit gecombineerd met een sterke template driven publicatie-engine waarmee de inhouse XHTML- en CSS-specialisten van de online afdeling van Telenet aan de slag konden. Voor de nieuwe Zita.be was een traditioneel CMS gewoon niet de beste oplossing.

Besluit

Met de brede ingang van open source oplossingen zal het belang van de ervaring van de implementator alleen maar stijgen. Als niemand zich straks nog kan differentiëren op basis van de functionaliteit die zijn product aanbiedt – zeker als dat product gratis op het internet te downloaden is – zullen referenties en ervaring in verticale sectoren steeds belangrijker worden. Dus wordt de vraag, hoe kies je als klant de juiste implementator? Waar ligt de gulden middenweg tussen maatwerk aanpassingen i.f.v. bestaande processen en optimaal gebruik van standaard functionaliteiten? Hoe kunnen we wireframes en functionele analyses meer afstemmen op steeds in beweging zijnde digitale content dan hun statische structuur vandaag doet vermoeden?

7
Mar

Nokia Lumia 800 Review

Hoe het begon

Midden vorig jaar is het mij beginnen opvallen: in steeds meer meetings waar ik zat, waren er meer iOS devices aanwezig dan mensen. Als iPhone gebruiker van het eerste uur (ik beken, mijn eerste iPhone was een grijze import uit de VS) was de nieuwigheid er echt wel af. Iedereen, en ik bedoel ie-der-een in onze en aangrenzende sectoren heeft de telefoon met Apple-logo op zak dezer dagen. Tijd voor iets nieuws.

Ondanks intensief zoeken, bleek er midden 2011 weinig innovatie in de smartphone markt. Nokia was nog steeds opzoek naar een niveau onder “rock bottom”, en Android toestellen zijn gewoon goedkope iOS knockoffs. Enkele maanden met een Android tablet, een Motorola Xoom, bevestigt mijn overtuiging dat zo’n OS nooit op mijn telefoon terecht komt: pokke traag, onvolledig en zonder enige consistentie.

Tot einde 2011 de N9 van Nokia verschijnt, en begin 2012 zijn Windows Phone verpakkende grote broer de Lumia 800. Sinds 1 februari beschikbaar in België, op 2 februari besteld bij Coolblue, en op 3 februari in huis, open ik voor het eerst in ruim 15 jaar een doos van een toestel op basis van een OS van de bekende softwareboer uit Redmond. Hopeloos op zoek naar iets nieuws.

Dus wat is het resultaat na 4 weken met de Nokia Lumia 800 en Windows Phone 7.5 aan mijn zij? Deze blogpost zou geen inleiding van drie paragrafen behoeven, als het antwoord niet genuanceerd zou zijn.

The good

Het meest opvallende is ongetwijfeld de integratie met sociale netwerken type LinkedIn, Facebook en Twitter. Nu zijn er wel meer smartphones die zich op zo’n verregaande integratie beroepen. Maar de manier waarop deze telefoon gegevens uit die verschillende sociale bronnen naadloos combineert tot actuele en uitgebreide profielen van al je contacten, is vrij indrukwekkend. Ook alle communicatie met een persoon via mail, sms en telefoon wordt in één historiek gegoten. Als Microsoft daar bij een volgende update nog een perfecte integratie van Skype aan toe voegt, zijn we helemaal rond denk ik.

Ik ben wel nog wachtende op de eerste GSM factuur om te weten wat een en ander met het dagelijkse mobiele dataverkeer doet.

Al even belangrijk: de tegeltjes UI werkt. Als gulden middenweg tussen de oneindige homescreens met icoontjes van iOS, en de Android widgets die in staat zijn een traag OS nog trager te maken, lijkt Microsoft met zijn Metro-design een winner in handen te hebben. Of deze succesformule zich ook vertaalt naar het grote desktop-scherm, zal Windows 8 moeten uitwijzen.

Mijn persoonlijke favoriet is de universele back-knop die je toelaat om steeds terug te gaan naar het voorgaande scherm, ongeacht of dat voorgaande scherm in de huidig app was, het homescreen of een vorige app. Dit was zowat het enige feature van Android dat ik miste op mijn toenmalige iPhone.

De Bing search engine die onder een van de standaard knoppen zit, is rot slecht. Ik ben geen gebruiker van de desktop versie van Bing, dus kan niet vergelijken, maar deze mobiele versie komt niet aan de enkels van de resultaten die Google mij voorschotelt. In goede “walled garden” traditie is het uiteraard niet mogelijk om een andere search engine onder de standaard button te stoppen.

Wel aardig is de “visual search” die niet alleen barcodes en QC-codes, maar ook gewoon covers van boeken en CD’s herkent en je meteen naar een e-shop doorklinkt om dat product aan te schaffen. Pas na deze functie een paar keer te gebruiken, viel het mij op dat een barcode of QR-code scanner niet eens standaard op iOS te vinden is. Moet je een appie voor kopen.

The bad

De Marketplace heeft nu en dan kuren. Niet alleen is de UI een ongemakkelijk mix van Nederlands, Engels en Frans; een keer op tien gaat er iets mis met het downloaden en installeren van een app.

Daar tegenover staat echter wel de mogelijkheid om proefversies van de meeste betalende apps te kunnen downloaden, en die daarna moeiteloos te kunnen upgraden naar de betalende versie. Shareware “après la lettre” zeg maar. Ideetje voor de Apple-boys misschien?

Het aanbod is beperkter dan op de App Store, maar alle “usual suspects” zijn aanwezig, en over de consistentie in UI tussen de verschillende apps hoor je mij voorlopig niet klagen. Sommige apps zijn op Windows Phone zelfs beter dan op iOS. Ja, ik kijk naar jullie Touring Mobilis. Overigens, van de veel geciteerde “lock-in” van de App Store blijk ik na 4 weken nog steeds geen last te hebben. Blijkt dat van de XXX GECENSUREERD XXX euro die ik de afgelopen jaren aan iPhone apps heb uitgegeven, er geen enkele was die ik voldoende gebruikte om hem nu te missen.

De autocorrect bij het ingeven van teksten is (voor mij) nog steeds een mysterie. Soms wordt je term automatisch vervangen door de eerste van een reeks gesuggereerde alternatieven, en soms niet.

Dat het syncen van deze Windows Phone met een Mac een uitdaging zou zijn, viel te verwachten. Maar het is ronduit grappig dat de enige manier die ik heb gevonden om contacten en kalenders van op MacOS X naar de Windows Phone te krijgen, via een tussenstap in de Google Apps cloud verloopt. Het feit dat Microsoft wel een MacOS X applicatie aanbiedt om muziek en foto’s van en naar deze telg van de Zune familie te syncen, is in het licht van bovenstaande zo triviaal dat het haast niet het vermelden waard is.

Tenslotte zijn er links en rechts nog wat kleinere ongemakken die hopelijk met enkele updates snel zullen verdwijnen. Het scherm is bijvoorbeeld iets te gevoelig, waardoor een beginnende “swipe” nu en dan verkeerdelijk als een “tap” op het eerste aangeraakte item wordt gezien. En ook het opzoeken van een weinig gecontacteerde persoon om te bellen, vraagt net een paar stappen te veel.

Besluit

Voorlopig blijft de iPhone nog even aan de kant, en de Nokia Lumia in mijn vestzak. Je hoort mij nog niet zeggen dat deze telefoon beter is dan de iPhone, maar hij komt toch aardig in de buurt. Laten we zeggen dat Nokia en Microsoft voor het eerst in 5 jaar terug een eerlijke kans maken tegen de iOS-overmacht.

Maar de Nokia Lumia 800 Windows Phone is vooral een stuk minder “mainstream” dan de iPhone en dat kan ook tellen. Zie het als een stijlvolle Saab 9-3 t.o.v. de perfectere BMW 3-reeks, die echter iedereen onder zijn gat heeft.

20
Aug

Marketing en IT, opzoek naar de steen van Rosetta

Ik word een kale meeting room binnen geleid. Even later nemen twee norse IT-mannen plaats tegenover mij. De jongste van de twee lijkt nog gekleed te gaan in de T-shirt die hij drie weekends geleden heeft gewonnen op de bijeenkomst van de lokale Star Trek fanclub. De andere heeft grijs haar en een blik die het woord “afgeleefd” levendig doet klinken.

We zijn net geselecteerd door de marketing afdeling om de komende jaren verschillende nieuwe websites uit te rollen. Bij onze startvergadering werd ons aangeraden “toch maar eens met IT te gaan praten”. Dus zit ik de komende twee uren, op eieren lopend, uit te leggen dat we graag een CMS voor enkele websites zouden willen uitrollen, en of dat wel strookt met alle mogelijke technologie-standaarden, security policies, en andere geschreven en ongeschreven regels. IT was immers, bewust of onbewust, niet betrokken bij onze selectie als CMS-leverancier door marketing. En dat is nooit een goed begin. Het wantrouwen in de ogen van mijn meeting-genoten zal niet verdwijnen.

Drie uur later zit ik opnieuw in een meeting room. Andere klant. Deze keer zitten twee Franstalige marketing dames voor mij. Ze ratelen door een PowerPoint presentatie die bulkt van de marketing termen. Op de laatste slide lijkt het interessant te worden “Specifications website” zegt de titel. Er zullen echter slecht drie bullets verschijnen, samen met de bemoedigende afsluitende melding “this is a non numerated pitch”.

Beiden excuseren zich uitgebreid omdat ze “niet technisch” zijn. Maar of ik op basis van deze laatste slide toch een fixed price budget voor de site zou willen opstellen … tegen deze namiddag. Als ik vraag wat concreet schuil gaat achter de specificatie “le social”, is “wel, … alles met social natuurlijk” de enige toelichting die ik zal krijgen. Ik wil nog vragen naar eventuele technologie-voorkeuren of reeds beschikbare server-infrastructuur, maar besluit het gesprek niet moeilijker te maken dan het al is.

In het vagevuur tussen marketing en IT

Ik weet niet of het aan mij ligt, maar ik heb veel dagen zoals deze. Tijdens mijn queeste om hier en daar een deftige website te verkopen en dan ook neer te zetten, word ik de ene dag bekeken door IT-staff als een marketing-leeghoofd dat met onbetrouwbare technologieën en onrealistische deadlines, de security policies probeert te omzeilen; en de andere dag ben ik “onze technische man” die klaagt als hij PowerPoint briefings en laattijdige PSD bestanden converteert naar slecht werkende websites.

Maar het is natuurlijk ook vaak lachen. In onze sector zie je zowel IT- als marketing-departementen, en de unieke manier waarop ze, vooral binnen grotere bedrijven, met elkaar interageren en naar elkaar kijken. Ik denk dat er weinig afdelingen binnen een organisatie zo ver uit elkaar liggen. En de verantwoordelijkheid voor de website … ligt er vaak midden in.

Uiteraard zijn de doelstellingen, middelen en processen van beide afdelingen heel anders. Maar dienen ze uiteindelijk geen gemeenschappelijk doel? Iets was het toch noodzakelijk maakt dat ze gedeeltelijk dezelfde taal spreken. De gapende kloof tussen beiden wordt uiteraard gewillig opgevuld door consultants en adviesbureaus. Maar zelfs daar zie je de meesten in de ene of de ander richting leunen. Het speerkwoordelijke water is blijkbaar zeer diep.

Uiteraard is de situatie niet overal even dramatisch. Ik kom regelmatig organisaties tegen waar beiden actief samen werken, vaak omdat een van beiden sterk geëvolueerd is, of gestuurd werd in een bepaalde richting. Maar het kan zelfs op de meest onverwachte plaatsen flink fout gaan tussen marketing en IT. Fantastische voorbeelden zijn te vinden in het boek “I’m Feeling Lucky: The Confessions of Google Employee Number 59” waarin een ex-Google medewerker, een van de eersten met een marketing-functie, vertelt over de oorlogen tussen marketing en engineering, met vaak het product management als inzet.

Lingo

Als je alleen al kijkt naar de vakterminologie die in beide domeinen wordt gebruikt, is het geen wonder dat beiden elkaar zelden verstaan. Een greep uit de talloze voorbeelden, mijn eigen vertaling erachter:

Uit het marketingjargon:

  • “de copy” – de tekst
  • “de tone of voice” – de goed geschreven tekst
  • “de final copy” – de tekst die je al in de site mag gebruiken, maar die we nog moeten nalezen, en correctie zullen nasturen
  • “de user journey” – de links waarop bezoekers kunnen klikken
  • “activation” – het uitsturen van veel emails met links naar onze nieuwe site
  • “een marketing window” – een kader op de homepage waarin we een foto of tekst kunnen tonen
  • “NAW gegevens” – naam en adres van een persoon
  • “de global visual language” – de kleuren die we vaak gebruiken

En uit het IT-lingo:

  • “legacy systems” – onze oude software die nog in gebruik is
  • “proprietary systems” – onze dure software die nog in gebruik is
  • “load balancing” – zorgen dat de website steeds online is
  • “high avaliability” – zorgen dat de website steeds online is
  • “redundancy” – nog steeds zorgen dat de website steeds online is
  • “caching” – ofwel is een website snel, ofwel up to date, beiden tegelijk kunnen we (nog) niet

Sterktes en uitdagingen

Toch is het boeiend om de bijdrage van zowel marketing als IT aan een succesvol bedrijf te beleven.

Zo is het basisidee achter “marketing” geniaal: laten we eerst kijken wat de markt wil, en op basis daarvan het product ontwikkelen. De vraag van de klant staat centraal, daarrond ontwikkelen we zijn ervaring met ons product. Denk een en ander wat verder door, en daar heb je een doorsnee marketing-gedreven organisatie. Kan haast niet anders dan een succes worden.

IT van zijn kant heeft een steile opgang van 30 jaar achter de rug. Van haast onbestaand tot onmisbaar. Goede IT-systemen geven bedrijven een gigantisch competitief voordeel. Sterk geautomatiseerde en geïnformatiseerde nieuwkomers kunnen een sector binnen vallen en volledig transformeren. Vraag maak aan de muziekindustrie. De IT-sector staat echter langs alle kanten onder druk: voor meer innovatie, met minder budget, en hogere eisen om aan te voldoen.

Een van de boeiendste visies op de nieuwe rol IT in de webwereld (cloud, consumerisation van IT, …) lees je overigens in “Het Nieuwe Normaal” van Peter Hinssen.

Ik zou nooit kunnen kiezen om slechts in één van beide domeinen actief te zijn.

Le histoire se répète

Wie het geluk heeft om het schaakspel met IT- en marketing-departementen in grote bedrijven te kunnen volgen over meerdere jaren, zal merken dat er zicht soms vreemde herhalingen in de corporate geschiedenis voor doen.

Zo stond ik zelf enkele jaren geleden mee aan de wieg bij de oprichting van een web-departement in de schoot van de marketing afdeling van een niet nader genoemd technologiebedrijf. Het nieuwe web-departement werd opgericht als antwoord op de frustratie van marketing mensen dat technische aanpassingen aan de website door een van IT afhankelijke afdeling, steeds veel tijd in beslag namen.

Het nieuwe departement groeide op minder dan vier jaar tijd tot ruim 50 medewerkers en werd verantwoordelijk voor alle “customer facing” webapplicaties binnen het bedrijf. Tot het uiteindelijk werd opgeslokt … door de IT-afdeling.

Ongetwijfeld spreken marketing mensen in het bedrijf vandaag luidop over het opzetten van een klein “eigen” web-team om sneller aan de noden voor online communicatie te kunnen voldoen. Terug naar “Start” dus.

En wij?

Dus blijft de vraag: waar staan wij als webbouwers? Zijn we een nieuwe stap in de evolutie tussen marketing en IT; een soort van corporate X-Men. Of zullen we uiteindelijk ook ingelijfd worden bij een van beide kolossen?

Of misschien moeten we de context veel breder zien. Zijn er nog al activiteiten geweest in de corporate geschiedenis die na tientallen jaren heen en weer slingeren tussen verschillende grote afdelingen, hun min of meer definitieve plaats in het organigram van de management boeken hebben gevonden? Werd de manier waarop ze met andere departementen interageren gestandaardiseerd en gestroomlijnd?

6
Mar

dotProjects preview 2011

Een moeilijke start

Het eerste kwartaal van 2011 loopt al op zijn laatste benen, dus het is even haasten als ik nog een preview voor 2011 op het digitale papier wil zetten.

Het begin van 2011 zal bij geen enkele van onze medewerkers spontaan warme gevoelens oproepen. Het onverwachte overlijden van een van de sleutelpersonen uit onze organisatie leek even alles te bevriezen. Amper 4 weken later is er gelukkig alvast één ding voor iedereen duidelijk: de plannen voor 2011 gaan onverminderd voort. Enkele van de al geplande herschikkingen van personeel en verantwoordelijkheden zijn in hogere versnelling doorgevoerd, maar dotProjects staat alsnog aan de startlijn om van 2011 een succesvol jaar te maken.

Ergens tussen begin 2009 en einde 2010, zonder dat veel betrokkenen het gemerkt hebben, is dotProjects getransformeerd van een uit zijn voegen barstend hobby-bedrijfje naar een volwassen organisatie, gestoeld op degelijke processen, en in staat om klappen te incasseren en continuïteit te garanderen aan klanten die steeds hogere eisen stellen. Kortom, het geheel is vandaag meer dan de soms van de onderdelen.

De integratie van CrossLang

De belangrijkste stap voor dotProjects als organisatie, wordt in 2011 ongetwijfeld de voltooiing van de integratie met CrossLang. Al sinds 2004 leven we in een soort cohabitatie-vorm met onze collega’s taaltechnologie specialisten van CrossLang. In 2009 werden er voorbereidingen getroffen voor de integratie van beide activiteiten op het vlak van support, finance, sales en operations. Tegen het einde van 2011 zal de integratie van dotProjects en CrossLang een feit zijn. Hoewel we waarschijnlijk onder de beide handelsbenamingen zullen blijven werken in de respectievelijke markten, zal er tegen einde 2011 één onderneming gevormd zijn met zo’n 35 tot 40 medewerkers en bijhorende omzet.

De praktische integratie van dotProjects en CrossLang in één geheel, is de veruiterlijking van een visie die we al langer delen: Web Content Management en Translation Management liggen in elkaars verlengde. Het zijn natuurlijke bondgenoten in de eeuwige strijd van organisaties met hun content-chaos. In het najaar van 2010 realiseerden we dan ook onze eerste gemeenschappelijke projecten, en konden we de meerwaarde van de combinatie van beide technologieën aan verschillende klanten aantonen. In 2011 zullen dat er alleen maar meer worden.

Webmaster services

Het leveren van webmaster diensten op lange of korte termijn is steeds een belangrijk, maar vaak verborgen onderdeel van onze business geweest. Vanaf april 2011 zal er eindelijk iemand dedicated aan het hoofd van deze activiteit komen. Einde 2010 wisten we iemand aan te trekken met ruime ervaring in de outsourcing sector die de webmaster services verder zal uitbouwen.

We blijven immers de vragen krijgen van klanten die, ondanks alle technologische vooruitgang, opzoek zijn naar dat ene profiel, de webmaster die tussen marketing en IT, tussen communicatie en technologie, de olie vormt van het hele web-gebeuren van een organisatie.

Drupal 7

Onnodig te vertellen dat de komst van Drupal 7 begin januari een belangrijke impact zal hebben, vooral op het tweede deel van het jaar. Op basis van de eerste gesprekken met klanten lijken vooral onze klanten van het eerste uur, de implementaties tussen 2006 en 2008 op basis van Drupal 5, geïnteresseerd in een upgrade.

Een andere evolutie is de ontwikkeling van een uitgebreidere set van processen en procedures voor het opzetten van Drupal projecten. Nu het aantal developers in ons team groeit, willen we voor alle klanten en projecten een zelfde niveau van kwaliteit, modules en ondersteuning kunnen garanderen. Een hoeksteen daarvan wordt onze eigen Drupal distributie die voor intern gebruik als basis zal dienen van alle projecten vanaf Q2 van 2001. Deze distributie bevat een unieke selectie van modules en configuratie die is opgebouwd op basis van de ruim 6 jaar Drupal-ervaring die we al achter de rug hebben.

Als we kijken naar het type en de focus van de projecten die we in 2011 zullen uitvoeren, blijven we ook daar niet stil staan. De gemiddelde projecten worden nog steeds elk jaar iets groter. Daarnaast zien we steeds meer vragen naar CMS-implementaties die meteen gekoppeld zijn aan een achterliggend CRM systeem. Een combinatie die we sinds de zomer van 2010 ook op basis van ervaring aan klanten kunnen aanbieden.

iPads, iPhones en consoorten drijven de vraag naar mobiele extensies van bestaande en nieuwe webprojecten. Ook in dit domein zullen we in 2011 de expertiseopbouw die in 2010 gestart is, bestendigen en uitbouwen.

De integratie van Social Media binnen corporate websites tenslotte, lijkt een trend die de focus van veel projecten in 2011 zal beïnvloeden. Veel organisaties experimenteerde de afgelopen 2 jaar immers met sociale media op goed afgescheiden projecten en/of websites. Vandaag willen ze die ervaring integreren in de volledige corporate communicatie. Met de keuze voor Drupal als basisplatform, zitten we ook op dat punt zeker op het goede spoor.

De markt

Misschien heeft het meer te maken met mijn eigen ontwikkeling als zakenmens, dan de evolutie van onze markt of onze organisatie: maar tot nu toe hebben we ons nooit om de concurrentie bekommerd. Ook dat zal waarschijnlijk veranderen. De markt voor Drupal-implementaties in heel wat drukker geworden in 2010. Het lijstje met sectorgenoten werd een stuk langer, we gaan ze stilaan in de gaten moeten houden.

Toch geloof ik meer dan ooit in onze aanpak op het vlak van rekrutering en opleiding, ons netwerk van partners, onze projectaanpak, en de niche die we ons de afgelopen jaren in de markt hebben kunnen veroveren. Alleen zullen we ons eigen verhaal vanaf dit jaar actief moeten gaan vertellen en uitdragen.

Tenslotte

Enkele interne veranderingen zoals de verdubbeling van onze kantooroppervlakte (echt geen overbodige luxe), de start van niet minder dan 3 nieuwe medewerkers de komende 4 weken, en de integratie van verschillende interne systemen, maakt ook voor onze medewerkers het elan van 2011 zeer tastbaar.

Het ontbreekt dotProjects zeker niet aan ambitie in 2011. Het wordt een boeiend jaar. Ik ken iemand die er alvast fier op zou zijn geweest.

27
Dec

Er was eens een Acer netbook

Na een half jaartje kijken op de iPad die ik Goedele in mei cadeau gaf, ben ik meer dan overtuigd van de plaats die een vrijetijds-informatie-toestel – of hoe je zo’n ding moet noemen – kan innemen. De netbooks in de GSM-winkels steken al enige tijd mijn ogen uit, en in de plaats van een 2de iPad, besluit ik een Acer Aspire One D255 op de kop te tikken. Ik koop mijn schuldgevoel daarover alvast bij Vincent af met een bezoekje aan de McDonalds en een radio van Disney’s Cars; en dan haal ik bij de Van Den Borre om de hoek de credit card boven. Het is immers voor iedereen Kerstmis morgen :-)

Uitpakken en opstarten

Ik heb in mijn leven al mijn aandeel aan nieuwe PC’s en laptops uitgepakt en geïnstalleerd. Alleen waren dat de afgelopen 10 jaar bijna exclusief Apple toestellen. Onnodig te zeggen dat een en ander dus wel een invloed heeft op de verwachtingen daarover. 15 minuten uitpakken en installeren is fun, een half uur wordt veel, en na drie kwartier wil ik echt wel iets kunnen beginnen “doen” met mijn nieuwe machine.
Android

Na ruim 10 jaar Apple exclusiviteit had ik natuurlijk een goed excuus nodig om zomaar een Windows gebaseerde netbook aan te kopen. Acer zorgde voor het perfecte schaamlapje met de dualboot optie op zijn Acer Aspire One D255 die niet alleen Windows 7, maar ook Android draait. Zou het sterk opkomende smartphone OS ook een goede basis vormen voor basis-gebruik van de, waarschijnlijk, lichtjes underpowered netbook? “Neen”, bleek algauw het volmondige antwoord.

De UI van Android is echt te “basic” voor de traditionele laptop vorm. Op een tablet zal het OS waarschijnlijk zijn verdienste nog hebben, net zoals op een smartphone, maar een netbook vraagt toch om iets meer complexiteit. Daarnaast blijkt dat Acer de netbook bundelde met een Android versie zonder Market, en dus zonder mogelijkheid om nieuwe apps te downloaden en te installeren. En ook de standaard meegeleverde apps, bvb geen Gmail access, laten te wensen over. Over naar de 2de bootoptie: Windows.

Windows 7 Starter

Het Acer model dat ik kocht kwam recht uit de toonzaal, en was dus al geïnstalleerd. Zoveel te gemakkelijk zou men zo denken. De confrontatie met een verse en ongetemde Windows 7 Starter – what’s in a name – installatie was echter een ontnuchtering. Na ruim 3 uur rondklikken was dit de balans: talloze pop-up’s met gevaarmeldingen bij elke aanpassing, installatie of internetconnectie die een programma probeerde te leggen; een hoop trailsoftware van bedenkelijke oorsprong die moest worden geactiveerd; 7 crashes met daaruit volgende geforceerde reboot; ruim 42 (!!) Windows updates downloaden en installeren. Het enige kleine succes na ruim 3 uur was de installatie van Google Chrome.

Ook de traditionele Windows-clichés zoals een overcomplexe interface, traagheid, weinig feedback tijdens bepaalde processen zoals het opstarten van een applicatie, regelmatige craches, … bleken 10 jaar nadat ik de laatste keer een Windows-toestel had aangeraakt nog steeds actueel.

Het was al snel duidelijk, er moest iets fundamenteels veranderen in mij prille relatie met de Acer, of hij zat dit weekend nog op de eerste vracht naar mijn schoonvader als extra Kerscadeau. Enter Jolicloud.

Jolicloud

RSS-gewijs volg ik al enkele maanden van op afstand de ontwikkeling van Jolicloud, een Franse poging om een netbook OS voor het internettijdperk te ontwikkelen op basis van Ubuntu. De enkele beta-versies die ooit op mijn MacBook zijn geraakt via Parallels bleken echter vrij ruw. In de zomer werd versie 1.0 van het Jolicloud OS aangekondigd. Hoog tijd om te kijken of het OS in tussentijd voldoende was geëvolueerd en de ondertussen ferm scheefgelopen relatie met mijn Acer alsnog kon redden. Ik neem het zekere voor het onzekere en kies voorlopig voor een installatie van Jolicloud naast de bestaande Windows / Android combinatie.

Opstarten en inloggen verloopt zeer vlot. Het OS reageert “snappy” en applicaties starten zeer snel op. Het Dashboard – homescreen in iOS-speak – bevat een mix van webbased apps en enkele locale Linux apps zoals Skype en OpenOffice. Er is een soort van permanente link met de “cloud” van Joli, waarbinnen ook een soort sociaal netwerkje van andere users toegankelijk is. De meerwaarde van die laatste is (nog) beperkt. De persoonlijke selectie van apps en settings kan via diezelfde cloud ook gesynct worden naar verschillende andere toestellen die aan dezelfde account gekoppeld zijn. En er is ook een webbased versie van je persoonlijke dashboard beschikbaar door op de Jolicloud site in te loggen met gelijk welke Google Chrome browser.

Het geheel voelt vrij consistent en volledig aan. De veel geciteerde integratie tussen web en desktop gaat niet zover als ik gehoopt had. Maar Jolicloud is een meer dan verdienstelijke poging om beiden in een OS te verenigen. Voor doorsnee zetel-surfen zoals Facebook, Twitter en een RSS-reader voldoent het OS perfect.

Het installeren van, en navigeren door, de applicaties heeft heel wat weg van Apples iOS dat ook iPhones en iPads hun interface geeft. En dat zowel op positieve manier, grote iconen vullen het scherm, als minder positieve, Jolicloud biedt net als Apple met zijn App Store een gateway aan waarlangs enkele applicatie moet worden geïnstalleerd. In tegenstelling tot de App Store is de selectie nog beperkt. Dat wordt voor een stuk opgevangen door het feit dat Jolicloud tegenwoordig Chromium, de basis van Google Chome, gebruikt als core-browser i.p.v. Firefox. De recent gelanceerde Web App Store van Google geeft zo immers vlot toegang tot een ruimere selectie aan webapplicaties die naadloos met de browser werken. Voor de volledigheid dient te worden gezegd dat het mogelijk is andere Linux software te installeren op de Ubuntu-onderlaag van Jolicloud. Maar er is, voor zover ik heb kunnen ontdekken, geen manier om deze zelf geïnstalleerde applicaties ook eenvoudig aan het homescreen toe te voegen. Als walled-garden-monopolie kan Steve Jobs hier nog iets van leren.

Hardware

Over de hardware zelf kan ik, gezien de prijs (ik betaalde 299 euro) niet echt ontevreden zijn. De “form factor” – ik was al een tijdje aan het hopen dat woord hier te kunnen gebruiken – van een netbook voldoet aan de verwachtingen. Battery life sucks. Keyboard voelt een beetje flimsy aan. En iemand moet mijn Apple-brein toch eens uitleggen waarom hardware een fysieke knop moet hebben om Wifi aan- en uit te schakelen.

Het enige echte probleem is dat het toestel nu en dan liever vast loopt dan, zoals gevraagd, in of uit sleep-mode te gaan. Aangezien ik dat probleem bij de 3 OS’en heb gehad, ga ik ervan uit dat het hardware-gerelateerd is.

Besluit

  • Windows still sucks. Dus na 10 jaar Apple is er voorlopig nog geen reden om terug te keren.
  • Android is voor smartphones en misschien tablets, zeker niet voor netbooks.
  • De aankoop van een duurdere iPad als vrijetijds-informatie-toestel is voorlopig afgewenteld omdat de netbook ongeveer dezelfde rol kan vervullen.
  • Jolicloud doet in die context wat het moet doen, vooral omdat het sterk op iOS lijkt, maar het is zeker geen “werk-OS”.
27
Dec

Review dotProjects 2010

Midden december is traditioneel het moment waarop we binnen dotProjects de plannen voor het volgende jaar fijnstellen en concretiseren. Dat is dit jaar niet anders. Maar laten we eerst even terug kijken naar het afgelopen jaar.

Dit jaar, 2010, was voornamelijk een jaar van consolidatie voor dotProjects. In 2009 werden er immers belangrijke veranderingen gemaakt in het operationele deel van het bedrijf, die in 2010 verder bestendigd werden en waarvan de positieve gevolgen zichtbaar en voelbaar werden, zowel voor ons intern, als voor de klanten.

Eén van de voor klanten meest tastbare verwezenlijkingen, is een volledig uitgebouwde “Client Services” groep die over de nodige mensen en processen beschikt om klanten professioneel te ondersteunen bij het gebruiken van hun CMS-oplossingen met opleidingen, documentatie, testing en support. Deze groep werd in de zomer van 2009 in de schoot van dotProjects opgericht, en heeft nu het eerste volledige jaar op volle kracht achter de rug. Daarnaast trokken we einde 2009 een nieuwe CTO aan die het team niet alleen technisch versterkte, maar ook organisatie, procedures, planning en best practices introduceerde en zo het development team op alle vlakken solider heeft gemaakt. De operationele organisatie van dotProjects begin 2010, zag er heel anders uit dan een klein jaar ervoor. Deze veranderingen zijn ondertussen geconsolideerd en verteerd.

Het opleidingsprogramma dat we begin 2010 op poten hebben gezet – we “kweken” immers onze eigen Drupal-developers om zo gedeeltelijk aan de krapte op de markt te ontsnappen – wierp eveneens vruchten af waardoor we vandaag 2 volwaardige junior Drupal developers in het team kunnen opnemen.

De relaties met onze partners, de bedrijven die typisch de technische uitwerking van hun projecten aan ons toevertrouwen, werden verder ontwikkeld. Sommige partners droegen in 2010 minder bij aan de omzet dan we gehoopt hadden, anderen kwamen dan weer zeer verrassend uit te hoek. Verschillende nieuwe partners gaven hun vertrouwen aan dotProjects het afgelopen jaar en realiseerden hun eerste project, soms klein, soms meteen zeer groot, met ons.

Met een 20 tal grote nieuwe projecten opgeleverd in 2010, zitten we ongeveer op dezelfde lijn als het jaar ervoor. De gemiddelde omzet per project steeg echter aanzienlijk, niet in het mist als gevolgd van een sterk gewijzigde sales-strategie die we in de zomer van 2010 introduceerden.

Voor mij persoonlijk was een van de belangrijkse stappen in 2010 het in dienst nemen van een ervaren web project manager. Daarmee kwam een voorlopig einde aan een zoektocht die ruim 2 jaar heeft geduurd. Ik kon in de zomer van 2010 een deel van mij taken op het vlak van projectbeheer overdragen en zo meer tijd voor het sales werk vrij maken. Anderzijds kunnen klanten meer dan ooit op een dedicated projectleider rekenen die de goede gang van zaken binnen hun project, planning en budget bewaakt.

Maar ook de concullega’s bleven in 2010 niet stil zitten. Een aantal kleinere concurrenten kenden eveneens een flinke groei, en vanuit eerder onverwachtte hoek verschenen ook enkele nieuwe spelers op het Belgische Drupal-toneel. De regio Gent blijkt overigens een aantrekkingspool voor opstartende Drupal-bedrijven. De markt, en het momentum rond Drupal, groeide echter eveneens verder in 2010. En ik denk dat iedereen, net al wij, meer werk had dan op bepaalde momenten gezond was. Ik ben dan ook heel benieuwd hoe de markt in 2011 zal evolueren. Het is immers duidelijk dat enkele spelers zich optimaal aan het positioneren zijn om een leidersrol in de Belgische Drupal-markt te claimen.

In de volgende post kijk ik naar de toekomst en licht ik de plannen voor 2011 toe.

19
Jul

Geheime boekenplank

Het gros van de boeken op mijn boekenplank zal niemand verbazen. Het is net hetzelfde wat je op de plank van elke andere “ondernemer in een web2.0 wereld” mag verwachten: Rework van de 37Signals-boys, het hele oeuvre van Set Godin, standaard-werken over usability en standards-based coding, … Kortom, wie een vluchtige blik op mijn leesvoer werpt, beseft meteen hoe cool ik wel ben in de twitterende-ondernemers-generatie.

Maar er is één spreekwoordelijke plak die weinig mensen kennen. Een vreemde voorliefde die niet op mijn CV staat: alternatieve geschiedschrijving. Een niet onaardig deel van mijn Amazon-orders gaat naar op het eerste zicht wetenschappelijke historische werken, die echter een en ander net in een iets ander daglicht proberen te stellen.

Enkele voorbeelden:

Toegegeven, het ene boek is al wetenschappelijker opgesteld als het andere. Maar alle auteurs lijken in elk geval meer dan overtuigd van hun gelijk. Het resultaat is vaak ontspannende lectuur die de parate kennis van de klassieke geschiedenis mengt met aan fictie grenzende beweringen en conclusies.

Maar het kan toch zo ontspannen, een brokje alternatieve geschiedenis.

3
Jul

Ik ben een nieuwsjunkie

En Google Reader is mijn spuit en naald.
Google Reader Trends

21
Jun

Presentatie online kennis delen met Drupal

Dit is mijn presentatie uit een recent seminarie over platformen voor online kennisdeling.

30
May

Presentation Zen

Er was een tijd dat ik meerdere keren per week presentaties of opleidingen gaf voor grotere groepen (12 tot soms 120 mensen). De afgelopen jaren is dit vervangen door sales gesprekken met kleinere groepen.

De komende weken komen er echter terug enkele grotere presentaties aan. Tijd om mijn skills op dat vlak opnieuw bij te schaven. In het bijzonder gaat mijn aandacht de laatste weken uit naar de verbetering van mijn slides. Iedereen weet dat oneindige lijsten met opsommingstekens geen manier zijn om een boodschap over te brengen, en te laten “sticken” bij een publiek.

Twee nieuwe boeken moeten raad brengen:

Beiden stappen af van het gegeven dat slides op zichzelf staande een verhaal moeten brengen. Ze zijn slechts multi-media die het verhaal van de presentator moeten ondersteunen, en daarvoor dus in principe weinig waard als ze achteraf worden bekeken zonder de audio van de presentatie erbij.

Deze presentatie vat de principes van Presentation Zen kort samen:

Onnodig te zeggen dat het voorbereiden van zo’n presentatie een pak meer tijd in beslag neemt dan een traditionele “dit-is-mijn-tekst-in-bullets”-presentatie. Voor het kiezen en bewerken van beelden en het uittekenen van verhelderende schema’s zijn de juiste tools en de nodige tijd noodzakelijk.

Celadon theme by the Themes Boutique